En voor dat laatste kozen wij, we klampte een paar tuktukboy's aan net buiten het hotel met de vraag of zij ons iets van de omgeving konden laten zien waar normaal geen toerist komt(nou moet ik zeggen dat die nergens op het eiland in grote getale aanwezig waren , onbegrijpelijk voor zo'n prachtig onbedorven eiland)
En daar hadden ze wel oren naar, trots al ze zijn op hun eiland en ze verdienen weer wat om van te leven.
We reden het binnenland in langs wat rijstvelden en stopten ergens ver van de bewoonde wereld bij een smid die daar op hoge leeftijd nog bijna dagelijks wat werkzaamheden verricht.
De harige bast van cocosnoten branden goed en hield het smidsvuur brandende
En als je dan opweg bent terug naar de tuktuk loopt er nog even zo'n vriendje voor je voeten....
.























































































